Fiscale tips en belastingadvies

Duits inkomen behoort tot bijdrage ZVW-inkomen

20-06-2017

Voor een in Nederland woonachtige gepensioneerde behoren Duitse pensioenuitkeringen tot het bijdrage-inkomen voor de Zorgverzekeringswet.

Een man ontving een Duits pensioen en hij had recht op een Deutsche Rentenversicherung. Hij ontving bovendien een AOW-uitkering. De man kreeg een aanslag premie Zorgverzekeringswet (Zvw). Deze aanslag was opgelegd op basis van de uit Duitsland ontvangen pensioenuitkering en de Rentenversicherung. De man was het niet eens met deze aanslag. Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden was de aanslag Zvw tot het juiste bedrag opgelegd. De gepensioneerde was ingezetene van Nederland en daarom op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (oud) in Nederland verzekerd voor voornoemde wet. Hij was daarmee ook verzekerd en premieplichtig voor de Zvw. In internationale verhoudingen is Nederland bevoegd om de Duitse inkomsten Zvw-premies te heffen. Nederland had terecht het Duits pensioen en de Deutsche Rentenversicherung tot het bijdrage-inkomen voor de Zvw gerekend. Het hof heeft de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

bron: Taxence

Mag het salaris worden overgemaakt op een andere bankrekening?

08-06-2017

Mag u het salaris overmaken op een bankrekening die niet op naam staat van de werknemer? Nee! Ook niet als u een kopie van de bankpas van die betreffende rekening kunt overleggen.

Waarom mag het salaris niet worden overgemaakt op een andere rekening?

Op grond van de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS) bent u per 1 januari 2016 verplicht om het salaris van uw medewerker over te maken op een bankrekening die (ook) op naam van deze werknemer staat. Alleen op deze manier is wettelijk vast te stellen dat minimaal het wettelijk minimumloon aan de werknemer is betaald. Dit geldt overigens ook bij voorschotten.

Als u deze wet niet naleeft kunt u als werkgever een zeer hoge boete krijgen.

Waarom een kopie van de bankpas?

Om ervoor te zorgen dat u als werkgever geen boetes krijgt, moet u uw werknemers vragen om een kopie bankpas. Dit is de meest efficiënte manier om vast te leggen dat het opgegeven rekeningnummer daadwerkelijk op naam staat van de werknemer. Als de werknemer dit op een andere manier kan aantonen is dat natuurlijk ook goed.

Procedure indiensttreding

Wij adviseren u de procedure bij indiensttreding aan te passen zodat bij het aanleggen van het personeelsdossier een kopie van de bankpas gelijk met de kopie van het paspoort wordt gevraagd. Zo kunt u direct controleren of de bankrekening (ook) op zijn naam staat.

De volgende wetsartikelen tonen aan waarom deze controle zo belangrijk is.

Artikel 7a Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag

"In afwijking van artikel 620 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek geschiedt de voldoening van het verschuldigde minimumloon door girale betaling overeenkomstig artikel 114 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek."

Uit dit artikel is op te maken dat u verplicht bent het salaris per bank over te maken.

Artikel 114 van het Burgerlijk Wetboek Boek 6

"Bestaat in een land waar de betaling moet of mag geschieden ten name van de schuldeiser een rekening, bestemd voor girale betaling, dan kan de schuldenaar de verbintenis voldoen door het verschuldigde bedrag op die rekening te doen bijschrijven, tenzij de schuldeiser betaling op die rekening geldig heeft uitgesloten."

Lees: schuldeiser = werknemer en schuldenaar = werkgever. Uit dit artikel is op te maken dat de rekening op naam moet staan van de werknemer.

Artikel 18b Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag

"Als overtreding wordt aangemerkt: 

a. het door een werkgever niet of onvoldoende nakomen van de op hem rustende verplichting tot girale voldoening van het minimumloon, bedoeld in artikel 7 en 7a;"

Artikel 18f Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag

"De bestuurlijke boete die voor een overtreding kan worden opgelegd bedraagt ten hoogste het bedrag van de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht."

Hieruit is op te maken dat het niet nakomen van deze wet een strafbaar feit is in de vijfde categorie. Dat is niet niks! De boete kan oplopen tot 82.000 euro!

Bron: Salarisnet

Handhaving wet DBA verder uitgesteld

01-06-2017

De handhaving van de wet DBA is verder uitgesteld. Opdrachtgevers en zzp'ers krijgen tot 1 juli 2018 geen naheffingen en boetes.

Huurt een opdrachtgever een zzp'er in? En constateert de Belastingdienst achteraf dat er sprake is van een dienstbetrekking? Dan krijgen zij tot in ieder geval 1 juli 2018 geen naheffingen en boetes, tenzij zij kwaadwillend zijn. Wie de Belastingdienst als kwaadwillend ziet, leest u hier.

Arbeidswetgeving onder de loep genomen

De handhaving van de wet DBA is eerder al uitgesteld tot 1 januari 2018. Op die manier heeft het kabinet de tijd om te onderzoeken hoe het arbeidsrecht aangepast kan worden om beter aan te sluiten bij de praktijk. 

Op 22 mei heeft demissionair minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Asscher de resultaten van het onderzoek aangeboden aan informateur Schippers: het rapport 'Onderzoek varianten kwalificatie arbeidsrelatie'. De onderhandelaars kunnen dit onderzoek gebruiken bij de besprekingen over de kabinetsformatie. Ook de Tweede Kamer heeft dit rapport gekregen.

Nieuwe kabinet beslist

In het onderzoeksrapport staan een aantal voorstellen voor de verdere uitwerking van de wet DBA. Het is aan het nieuwe kabinet om daar keuzes in te maken. In ieder geval moeten opdrachtgevers en opdrachtnemers voldoende tijd krijgen om hun werkwijze zo nodig aan te passen. Daarom heeft demissionair staatssecretaris van Financiën Wiebes besloten de handhaving van de wet DBA opnieuw uit te stellen.

Meer informatie over de wet DBA?

Voor meer informatie kunt u onder meer terecht op www.belastingdienst.nl/dba

Bron: NOAB

Opbouw pensioen in eigen beheer stoppen

29-05-2017

Het stopzetten van de verdere opbouw van het pensioen in eigen beheer moet u vastleggen in een aandeelhoudersbesluit. Bovendien moet uw pensioenbrief hierop worden aangepast. Dit moet voor 1 juli 2017 geregeld worden. 

Onlangs is de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen aangenomen door de Eerste Kamer. In december 2016 werd deze wet nog in de ijskast gezet na geruchten over een mogelijk lek hierin. Nadat bleek dat dit allemaal wel meevalt, is de wet alsnog aangenomen. Deze wet is per 1 april 2017 in werking getreden. Deze nieuwe wet bestaat uit feitelijk twee delen. Allereerst wordt het pensioen in eigen beheer afgeschaft. Dit betekent dat verdere opbouw van een pensioenvoorziening binnen uw eigen BV niet langer mogelijk is. Daarnaast zijn er een aantal mogelijkheden aan de hand waarvan de reeds opgebouwde pensioenvoorziening kan worden 'uitgefaseerd'.

Stopzetten opbouw

Pensioenopbouw binnen uw eigen BV is dus met ingang van 1 april 2017 niet langer mogelijk. Dit betekent dat u verdere opbouw van uw pensioenrechten moet stopzetten. Dit doet u door dit vast te leggen in notulen van de algemene vergadering van aandeelhouders. Bovendien moet uw pensioenbrief hierop worden aangepast. Stopt u de pensioenopbouw niet tijdig, dan heeft u een fors fiscaal probleem. Uw pensioen in eigen beheer wordt daarmee namelijk bovenmatig. Dit betekent dat de gehele pensioenvoorziening ineens zal worden belast. Daarbij wordt uitgegaan van de commerciële waarde en niet de fiscale waarde die meestal op de balans staat vermeld. Hierbij wordt het belastingtarief ook nog verhoogd met 20% revisierente. U betaalt zodoende hierover 72% (!) belasting.

Het stopzetten van de verdere opbouw van het pensioen in eigen beheer moet plaatsvinden voor 1 juli 2017. U moet dus in de komende maand zeker actie ondernemen.

Drie mogelijkheden

Na het stopzetten van de verdere pensioenopbouw heeft u drie mogelijkheden:

  • Aanhouden van de huidige pensioenvoorziening;
  • Omzetten van de pensioenvoorziening in een oudedagsvoorziening;
  • Afkopen met korting.

Deze laatste optie is fiscaal veelal het aantrekkelijkst, zeker als u ook over andere pensioenuitkeringen beschikt. U zult wel over voldoende liquiditeiten moeten beschikken om de hierdoor verschuldigde loonbelasting af te kunnen dragen. Afkoop is zowel mogelijk bij ingegane als bij nog niet ingegane pensioenen in eigen beheer.

Als u de afkoop in 2017 uitvoert, dan krijgt u een korting van maar liefst 34,5%. Deze korting daalt in 2018 naar 25% en bedraagt in 2019 nog 19,5%. Vanaf 2020 is het niet meer mogelijk om uw pensioenvoorziening met korting af te kopen.

Stel, u heeft in uw BV een pensioenvoorziening met een fiscale waarde van € 250.000,-. Deze wilt u in 2017 afkopen. Dit betekent dat hierover € 250.000,- x 65,5% x 52% = € 85.150,- aan belasting moet worden betaald. Als DGA heeft u dus recht op een uitkering van € 164.850.-. De effectieve belastingdruk bedraagt dus zo'n 34%.

Bron: Tips en Advies - Belastingen 

Hypotheekrente lang vastzetten of niet?

16-05-2017 

De huidige hypotheekrente staat nog steeds op een zeer laag niveau. In het algemeen wordt verwacht dat deze eerder zal stijgen dan dalen. Huiseigenaren kiezen bij een nieuwe renteafspraak echter vaak voor een lange rentevastperiode, omdat ze denken dan zeker te zijn van een langdurige periode van stabiele woonlasten. Bij een langere rentevastperiode passen financiers echter een hogere renteopslag toe. Een 10-jaarrente is momenteel 0,7% lager dab een 20-jaarsrente. In de praktijk woont de gemiddelde eigenaar echter nog geen 20 jaar in zijn of haar woning. De gemiddelde doorhaaltijd (opheffing hypotheek) bedraagt circa 11 tot 13 jaar (bron: CBS). Het niet volmaken van de renteperiode kost dan geld.

Voorbeeld: stel dat u een annuïteitenhypotheek afsluit van €150.000 met een 20-jaarsvaste rente van 2,4%. De 10-jaarsrente bij dezelfde bank bedraagt op dit moment 1,8%. Na 10 jaar besluit u te verhuizen en u verkoopt uw huidige woning. Daarmee lost u de hypotheek af. Gedurende deze 10 jaar heeft u bijna € 32.000 aan rente betaald. Zou u de hypotheek voor 10 jaar hebben vastgezet, dan zou u € 24.000 aan rente hebben betaald. De besparing in uw rentelast had u kunnen gebruiken om uw hypotheekschuld sneller af te lossen.

Verhuisregeling
Sommige afspraken over hypotheekrente kunnen worden meeverhuisd naar de nieuwe woning. Maar daar horen wel voorwaarden bij die in veel gevallen niet bekend zijn bij de hypotheekgever. Informeer daarom bij uw hypotheekverstrekker of het mogelijk is om de huidige lage rente mee te nemen naar een nieuwe woning. Is het niet mogelijk om de lage rente mee te verhuizen, dan heeft u bij een voortijdige verhuizing de eerste jaren onnodig veel hypotheekrente betaald. Dat tarief is immers gebaseerd op een langere rentevastperiode.

Tip
Laat u bij het maken van een renteafspraak goed infomeren over de voor- en nadelen van een lange rentevastperiode.

Bron: Fiscount


Bekijk hier ons nieuwsarchief