Fiscale tips en belastingadvies

Nieuwe btw-regels E-commerce

31-05-2021

Bent u een Nederlandse ondernemer en levert u goederen in de EU aan klanten die geen btw-aangifte doen? Dan krijgt u te maken met nieuwe btw-regels. 

Per 1 juli 2021 gaan er nieuwe btw-regels gelden voor Nederlandse ondernemers die goederen leveren aan particulieren in Europa. Belangrijkste wijziging is dat de btw in het betreffende EU-land moet worden aangegeven. Dit houdt in dat het btw-tarief van dat betreffende EU-land moet worden gevolgd. Bovenstaande geldt enkel wanneer de jaarlijkse omzet aan aan particulieren in andere EU-landen meer bedraagt dan € 10.000. Bij een lagere omzet dient er Nederlandse btw berekent te worden en vindt de btw-aangifte gewoon in Nederland plaats. 

Om de administratieve lasten te beperken en niet in ieder EU-land waar aan wordt verkocht aangifte te hoeven doen, kan men deelnemen aan de Unieregeling. In deze regeling kan er middels het éénloketsysteem, met één melding per kwartaal, aangifte worden gedaan voor alle EU-landen. Deze regeling is vrijwillig.

Om de aankomende wijzigingen goed voor te bereiden is het noodzakelijk om de volgende stappen te nemen:

  • Per land nagaan onder welk btw-tarief de verkochte goederen vallen;
  • Op de eigen webshop de prijzen inclusief btw te vermelden;
  • Wanneer er geen gebruik wordt gemaakt van de Unieregeling: ervoor te zorgen dat de facturen voldoen aan de eisen van de landen waar wordt verkocht;
  • De administratie aanpassen, zodat vanaf juli 2021 de totale omzet per land en per btw-tarief is bij te houden.

Heeft u vragen hieromtrent, neem gerust contact met ons op!

Fiscale veranderingen 2020

12-12-2019

Het einde van het jaar nadert snel. Volgend jaar zullen er een aantal fiscale wijzigingen plaatsvinden. Wij zetten de belangrijkste voor u op een rijtje. Sommige veranderingen uit het Belastingplan 2020 zijn nog niet definitief door de Tweede en Eerste Kamer ingestemd. 

De belangrijkste wijziging die verwacht wordt is de overgang naar een tweeschijvenstelsel in de inkomstenbelasting. Aanvankelijk was het de bedoeling dat deze in 2021 zou worden ingevoerd, maar het kabinet wil dit in 2020 al laten gebeuren. Het tweeschijvenstelsel bestaat uit een toptarief van 49,5% voor inkomens boven € 68.507. Lagere inkomens worden belast tegen 37,35%. Daarnaast wil het kabinet de arbeidskorting verhogen, waardoor werken voor de meeste mensen meer gaat lonen. De arbeidskorting verlaagt immers de inkomstenbelasting voor mensen die werken. Tevens heeft het kabinet het plan om de algemene heffingskorting te verhogen. Mensen met een laag inkomen zullen het meeste profijt hebben van deze korting op de inkomstenbelasting. 

De hypotheekrenteaftrek wordt geleidelijk afgebouwd indien het inkomen meer bedraagt dan € 68.507. In 2020 geldt voor deze groep een maximaal tarief van 46% als aftrekbare kosten van de eigen woning. Voor de andere aftrekposten (specifiek zorgkosten, scholingsuitgaven e.a.) gaat hetzelfde gelden. Voor belastingplichtigen met een inkomen meer dan € 68.507 geldt een maximaal aftrek tarief van 46%. 

Het belastingtarief op winst uit aanmerkelijk belang gaat van 25% naar 26,25%.

Verder heeft het kabinet een grote aanpassing van box 3 aangekondigd. Vanaf 2022 zal er dan voor het eerst worden gekeken naar de werkelijke verhouding tussen spaargeld, beleggingen en schulden. Dit zal naar verwachting gunstig uitpakken voor de spaarder (heffingsvrij spaarvermogen van € 440.000), maar de belegger is hiervan de dupe. Met de huidige lage spaarrentes zou het er een stuk eerlijker op worden. 

Tot slot heeft het kabinet aangekondigd de fiscale aftrek van scholingsuitgaven af te schaffen. Dit moet gaan wijken voor de Subsidieregeling STAP-budget (Stimulans van de Arbeidsmarktpositie). Wanneer dit zal zijn, is momenteel nog niet bekend.

Ondernemers

Voor ondernemers zijn er plannen om de zelfstandigenaftrek te verlagen van € 7.280 naar € 7.030 in 2020 (en € 5.000 in 2028). Hiermee daalt het belastingverschil tussen zelfstandigen en werknemers in loondienst. 

Zoals in een eerder nieuwsbericht verdwijnt de kleineondernemersregeling (KOR) en wordt deze vervangen voor de omzetgerelateerd vrijstelling van omzetbelasting (OVOB). De aanmelding om per 1 januari 2020 gebruik te maken van de nieuwe regeling had al ingediend moeten zijn. Wanneer je je nu aanmeldt gaat de regeling op zijn vroegst in vanaf het 2e kwartaal 2020. 

Heeft u vragen hieromtrent, neem gerust contact met ons op. 

Het team van Admie wenst u fijne feestdagen en een succesvol 2020!

Belastingdienst geeft eenmanszaken nieuw btw-identificatienummer

10-10-2019

Het nieuwe btw-identificatienummer komt eraan

Alle eenmanszaken krijgen in het najaar van 2019 een brief van de Belastingdienst met een nieuw btw-identificatienummer. Hebt u een eenmanszaak? Dan gaat u dit nieuwe btw-identificatienummer vanaf 1 januari 2020 gebruiken bij al uw contacten met klanten of leveranciers. U moet het vermelden op uw facturen en website. Staat uw oude nummer nog op brieven of andere communicatiemiddelen? Vervang het dan door uw nieuwe btw-identificatienummer.

Het nieuwe btw-identificatienummer noemen we ook wel: btw-id.

Met het nieuwe btw-identificatienummer is uw privacy beter beschermd

In het nieuwe btw-identificatienummer is uw burgerservicenummer (BSN) niet meer verwerkt. Zo is uw privacy beter beschermd.

Het nieuwe btw-identificatienummer ziet er zo uit: landcode NL, 9 cijfers, de letter 'B' en een controlegetal van 2 cijfers. De 9 cijfers hebben niets meer te maken met uw burgerservicenummer.

Dit is een voorbeeld van het nieuwe btw-identificatienummer: NL000099998B57.

Uw btw-num​mer wordt uw omzetbelastingnummer

Uw btw-nummer noemen we voortaan het omzetbelastingnummer. Dit nummer blijft u gebruiken bij contact met de Belastingdienst. Bijvoorbeeld als u ons een brief schrijft of de BelastingTelefoon belt.

Het omzetbelastingnummer ziet er zo uit: uw burgerservicenummer met de toevoeging B01 – of hoger.

Dit is een voorbeeld van het omzetbelastingnummer: 111234567B01.

Kijk wat het nieuwe btw-identificatienummer voor u betekent

Wanneer u eenmanszaak heeft krijgt u van de Belastingdienst een brief waarin uw nieuwe btw-identificatienummer staat. Dit moet u zelf regelen vóór 1 januari 2020:

  1. Zorg dat het nieuwe btw-identificatienummer vanaf 1 januari 2020 op uw communicatiemiddelen staat. Zoals uw facturen, website en briefpapier.
  2. Geef het nieuwe btw-identificatienummer door aan relaties, vaste leveranciers en zakelijke klanten. Zij gebruiken dit nummer vanaf 2020, bijvoorbeeld als zij de btw naar u verleggen.
  3. Verlegt u zélf de btw naar een andere eenmanszaak in Nederland? Zorg er dan voor dat u de juiste btw-identificatienummers gebruikt: van uzelf én de afnemer.
  4. Pas uw software aan als u die gebruikt voor het maken van facturen. Zo zorgt u ervoor dat u het nieuwe btw-identificatienummer kunt gebruiken.
  5. Geef het nieuwe btw-identificatienummer ook aan ons door.

Neem gerust contact met ons op indien u vragen heeft betreffende bovenstaande.

Van KOR naar OVOB

18-09-2018

De huidige KOR (kleineondernemersregeling) inzake de btw-korting heeft te maken met de hoogte van de afdracht. Bent u btw-plichtig en moet u op jaarbasis minder dan € 1.883 aan btw afdragen, dan kunt u onder voorwaarden van de KOR (een gedeelte van) de afgedragen btw terugvragen. Bij het verzorgen van uw btw-aangifte houden wij hier nu rekening mee.

De overheid wil de regeling minder complex maken en heeft zodoende de OVOB (omzetgerelateerde vrijstelling van omzetbelasting) aangekondigd. De nieuwe regeling houdt rekening met de hoogte van uw omzet. De KOR verdwijnt en verandert vanaf 1 januari 2020 in een vrijstelling van btw-plicht.

Voorwaarden
Om deel te nemen aan de OVOB moet er voldaan worden aan de volgende voorwaarden:

  • U bent btw-ondernemer;
  • U bent als ondernemer in Nederland gevestigd. Of u hebt hier een vaste inrichting;
  • Uw omzet is niet hoger dan € 20.000 (exclusief btw) per kalenderjaar.

Alle belaste omzet telt mee. Dus ook omzet 0% btw (bijvoorbeeld export van goederen) en omzet die (binnenlands) wordt verlegd naar de afnemer. Vrijgestelde prestaties tellen nagenoeg geheel niet mee (bijvoorbeeld dienstverlening in de gezondheidszorg). Uitzonderingen hierop zijn de levering en verhuur van onroerende goederen en financiële diensten op het gebied van het betaalverkeer, de handel in effecten, kredietverlening en verzekeringen.

Bij leveringen van goederen waar de btw wordt betaald over de winstmarge, wordt alleen deze winstmarge meegerekend als omzet.

Een belangrijk verschil met de huidige regeling is dat ook rechtspersonen gebruik mogen maken van de OVOB.

Gevolgen
Ondernemers die deelnemen aan de regeling moeten rekening houden met het volgende:

  • U brengt geen btw meer in rekening bij uw klanten;
  • Btw die andere ondernemers bij u in rekening brengen kan niet meer afgetrokken of teruggevraagd worden;
  • U doet geen btw-aangifte meer.

Wanneer u deelneemt aan de OVOB krijgt u dus geen btw-teruggaaf. Dit houdt dus ook in dat u geen btw terugkrijgt van investeringen die u van plan bent om te gaan doen. De omzet dient in de administratie nog wel te worden bijgehouden. Deelname aan de OVOB geldt daarnaast voor ten minste drie jaar mits u de omzetgrens niet overschrijdt!

De omzetgrens van € 20.000 geldt ook indien het eerste kalenderjaar feitelijk korter is. Bijvoorbeeld wanneer u in december uw onderneming start.

Wanneer u in een jaar de omzetgrens overschrijdt voldoet u niet meer aan de gestelde voorwaarden. Dit houdt in dat voor alle leveringen en diensten vanaf dat moment en de omzetgrensoverschrijdende handeling zelf, niet langer onder de vrijstelling vallen. Vanaf dat moment gaan de normale btw-regels gelden en bent u weer verplicht btw-aangifte te doen. Tevens moet de inspecteur worden verzocht om u uit te nodigen voor het doen van aangifte. Na overschrijding kunt u 3 jaar lang niet deelnemen aan de OVOB.

Daarnaast geldt er een herzieningsregeling voor reeds aangeschafte investeringsgoederen. Deze kan er voor zorgen dat u btw die u reeds heeft afgetrokken, gedeeltelijk moet terugbetalen.

Aanmelden
Aanmelden dient voor 2020 te gebeuren. Per die datum vervalt namelijk de huidige KOR met een belastingvermindering voor de btw.

Wanneer u direct vanaf 1 januari 2020 wilt deelnemen, moet u zich vóór 20 november 2019 aanmelden bij de Belastingdienst. Op een later tijdstip aanmelden kan uiterlijk 4 weken voor aanvang van het aangiftetijdvak waarin de OVOB in moet gaan. Wilt u bijvoorbeeld de OVOB toepassen vanaf het 2e kwartaal 2020, dan moet uiterlijk 2 maart 2020 de melding zijn gemaakt.

De belastingdienst meldt ondernemers die nu een ontheffing hebben van administratieve verplichtingen, automatisch aan voor de vrijstelling. Zij krijgen hierover een aparte brief. In deze brief geeft de fiscus ook aan wat de ondernemer moet doen als hij geen gebruik wil maken van de OVOB.

Volgens ons bevat de nieuwe regeling een aantal verborgen risico’s die op het eerste oog niet direct zichtbaar zijn. Doch zullen wij goed beoordelen of de nieuwe regeling voor u voordelig kan zijn en nemen met u contact op wanneer wij van mening zijn dat we u hiervoor moeten aanmelden. Heeft u vragen hieromtrent, neem gerust contact met ons op.

Zonnepanelen

06-02-2018

Bent u van plan om zonnepanelen aan te schaffen of heeft u ze reeds aangeschaft? Wij helpen u met de administratieve verwerking en vragen voor u de btw op de aanschaf en installatie terug.

Wanneer u als particulier zonnepanelen aanschaft heeft u recht op een teruggave van de aanschaf van de zonnepanelen. Hiervoor dient u bij de Belastingdienst aangemeld te worden als ondernemer voor de btw. Wanneer u niet aangemeld wordt als ondernemer, kunt u de btw die aan u in rekening is gebracht voor de aanschaf en installatie van de zonnepanelen ook niet terugkrijgen. 

Naast de btw die u betaald heeft moet u ook de verschuldigde btw opgeven. Dit is de btw berekend over de stroom die u aan het energiebedrijf levert en die u in dezelfde periode zelf verbruikt. Aangezien dit in de praktijk meestal niet is vast te stellen, mag u gebruikmaken van de forfaitaire bedragen (zie onderstaande tabel). Het forfaitaire bedrag dat u moet gebruiken, hangt af van het opwekvermogen van uw zonnepanelen. Als u gebruikmaakt van deze forfaits, mag u geen btw in rekening brengen aan uw energiebedrijf.

Opwerkvermogen in Wattpiek (Wp) per jaar Forfait
0 - 1000 € 20
1001 - 2000 € 40
2001 - 3000 € 60
3001 - 4000 € 80
4001 - 5000 € 100
5001 - 6000 € 120
6001 - 7000 € 140
7001 - 8000 € 160
8001 - 9000 € 180
9001 - 10.000 € 200

Voor geïntegreerde zonnepanelen gelden andere forfaits!

Ontheffing van administratieve verplichtingen

In de jaren na de aanschaf van de zonnepanelen kunt u ontheffing krijgen van administratieve verplichtingen, zoals het doen van btw-aangifte. U komt hiervoor in aanmerking als o.a. de btw  die u verschuldigd bent € 1.345 of minder is (de zogenoemde kleineondernemersregeling). 

Zzp'ers

Bovenstaande geldt enkel voor particulieren. Zzp'ers zijn (in haast alle gevallen) immers al ondernemer voor btw. Ze krijgen de btw op de aanschaf en installatie van de panelen weliswaar terug, maar dit voordeel verdampt langzaam. Doordat ze in de meestal gevallen niet onder de grens van € 1.345 verschuldigde btw belanden, dient de btw van de opbrengst nog in jaren (zolang ze ondernemer zijn) te worden opgegeven. Daarnaast mogen ze ook geen gebruikmaken van de forfaitaire bedragen en dienen de daadwerkelijke btw te berekenen over de opgewekte energie. 

Wanneer de zonnepanelen tot een (huwelijks) goederengemeenschap behoren, kan alleen de persoon die op de energienota staat vermeld zich aanmelden als ondernemer. Indien uzelf zzp'er bent en uw partner niet, zorg er dan voor dat uw partner de persoon is die vermeld staat op de energienota. Op die manier kunt u de btw van de aanschaf en installatie terug ontvangen (minus het forfait) en kunt u direct op grond van de kleineondernemersregeling ontheffing krijgen op de btw-verplichting.

Neem gerust contact met ons op indien u vragen heeft betreffende de btw-heffing en zonnepanelen. Wij helpen u graag met de administratieve verwerking en vragen de btw voor u terug.

 

 

Hypotheek aflossen, of toch maar niet?

30-01-2018

De hypotheekrente is laag maar nog steeds aftrekbaar. Het rendement van uw vermogen is nog altijd forfaitair belast. Is het aflossen van uw hypotheek dan een optie? Waar hangt dit van af, wat levert het op en blijft dat voorlopig ook zo?

Van welke factoren hangt dit af?

Het voordeel van de aftrek van de hypotheekrente is tegenwoordig beperkt. Allereerst door de lage rentestand. Een tarief van 2% is heel normaal en weinig aftrek betekent weinig voordeel. Verder is de renteaftrek in 2018 beperkt tot een tarief van maximaal 49,5%. Vanaf 2020 wordt dit versneld afgebouwd naar een tarief van 37% in 2023. 

De aftrek van hypotheekrente wordt bovendien verminderd met het eigenwoningforfait. Alleen het saldo is aftrekbaar. Het forfait bedraagt in 2018 0,7% van de WOZ-waarde van uw woning. Als u geen aftrek van de hypotheekrente heeft, krijgt u door de zogeheten Hillen-aftrek ook niet te maken met het eigenwoningforfait. Dit voordeel voor iemand die zijn hypotheek heeft afgelost, gaat vanaf 2019 in 30 jaar geleidelijk verdwijnen (uitfasering Hillen-aftrek).

Als u uw hypotheek aflost, daalt uw vermogen. Het rendement hierover bent u kwijt, maar u betaalt ook minder belasting in box 3. De vermogensrendementsheffing loopt vanaf 2017 op naarmate uw vermogen groter is. Tot 2017 werd er uitgegaan van 4%. In 2018 wordt er voor kleinere vermogens uitgegaan van een rendement van 2,02% oplopend tot 5,38% voor vermogens van ongeveer € 1 miljoen en meer. Het tarief dat u hierover betaalt is 30%.

Aflossen ... of niet?

Wat per saldo het effect van aflossen is, is afhankelijk van een aantal factoren: 

  • de hoogte van de hypotheekrente;
  • de omvang van uw hypotheek;
  • uw belastingtarief;
  • de WOZ-waarde  van uw woning;
  • het behaalde rendement op uw vermogen.

Voorbeeld

U bezit een woning met een WOZ-waarde van €400.000,- en een hypotheek van €300.000,- tegen 5% rente. U bezit een vermogen van meer dan € 1 miljoen waarop u 4% rendement maakt. Uw belastingtarief bedraagt 51,95%. U besluit uw hypotheek af te lossen (we gaan ervan uit dat de bank u geen boeterente laat betalen).

Hypotheekrente: €300.000,- x 5% €15.000,-
Eigenwoningforfait: 0,7% x €400.000,- = €2.800,-  
Belastingvoordeel hypotheek: €15.000,- x 49,5% -/- €2.800,- x 51,95% €5.970,-
Rendement vermogen -/- rendement na box 3-heffing = (€300.000,- x 4%) -/- (€300.000,- x 5,38% x 30%) €7.158,-

Totale kosten voor aflossing

€15.000,- -/- €5.970,- -/- €7.158,- 

€1.872,-

Waarop letten?

In bovenstaand voorbeeld kost uw hypotheek u per saldo €1.872,- en is aflossen dus gunstig. Bedenk wel dat bijvoorbeeld een hypotheekrente van 3,5% of een rendement op uw vermogen van 2% respectievelijk 6% een totaal ander beeld oplevert. In bovenstaand voorbeeld slaat het voordeel van aflossen dan om in een nadeel van €401,-, in een voordeel van €7.872,- respectievelijk in een nadeel van €4.128,-. Bereken daarom altijd eerst of aflossen in uw situatie gunstig is.

Bron: Tips & Advies - Belastingen

Bitcoins in box 3

23-01-2018

Bitcoins zijn volop in de actualiteit. Zeker door de koersexplosies. Wat speelt er bij de aangifte inkomstenbelasting, die u binnenkort moet gaan doen, bij het opgeven van bitcoins en andere cryptocurrencies?

Uw bezit aan bitcoins (en andere cryptocurrencies, zoals de Ethereum en de Litecoin) moet u in uw aangifte inkomstenbelasting in box 3 verantwoorden als 'overige bezittingen'.

Natuurlijk bestaat er wel recht op de gebruikelijke vrijstelling in box 3 van € 25.000,- per persoon (in 2018: € 30.000,- per persoon), maar voor de rest is het 'gewoon braaf aftikken'!

Afhankelijk van de omvang van het vermogen ligt het tarief tussen de 0.86 en 1.61%. In plaats van het 'oude vertrouwde' forfaitaire rendement van 4% geldt er per 1 januari 2017 een gedifferentieerd forfaitair rendement. Hierover betaalt u 30% belasting. Deze regeling ziet voor het 2017 als volgt uit:

Schijf Vermogen in box 3 Forfaitair rendement
0 € 25.000,- (p.p.) heffingsvrij 0%
1 vermogen € 25.000,- tot € 100.000,- 2.87%
2 vermogen € 100.000,- tot € 1.000.000,-  4.60%
3 vermogen boven € 1.000.000,- 5,39%

Er bestaat een bijzondere vrijstelling voor contant geld en vergelijkbare vermogensrechten. Denk aan cadeaubonnen en elektronisch geld. Deze vrijstelling bedraagt € 522,- per persoon, voor fiscale partners geldt het dubbele bedrag (€ 1.044,-). Zeker is het niet, maar het is goed verdedigbaar dat ook cryptocurrencies in deze (bescheiden) vrijstelling delen. Toch meegenomen!

Peildatum

In uw aangifte inkomstenbelasting moet de waarde van de in het bezit zijnde cryptocurrencies aangegeven worden op basis van de koers op 1 januari van het jaar waarover u aangifte doet (de peildatum dus). 

  • In uw komende aangifte inkomstenbelasting is dat dus de koers op 1 januari 2017. En die bedroeg toen ongeveer € 900,-. Feitelijk blijft daarmee de recente koersexplosie onbelast. 
  • Crasht de bitcoin in de loop van 2018, dan tikt u ook inkomstenbelasting af op basis van de koers van 1 januari 2018.
  • Wie pas voor het eerste in 2017 cryptocurrencies heeft gekocht, hoeft deze dus niet in zijn belastingaangifte over 2017 op te geven.

Wie tijdig - voor de peildatum - zijn bitcoins te gelde heeft gemaakt, ontspringt de fiscale dans in box 3. Omzetten kan in bijvoorbeeld inboedel, auto en boot, maar ook sieraden, dure cognac en dito champagne. Dat geldt ook voor een eigen woning, die valt immers in box 1. 

Belastingcontrole

Banken moeten verplicht uw banksaldo melden (resigneren) aan de Belastingdienst. Hoe de fiscus uw bezit aan bitcoins gaat controleren wil men nog niet zeggen (om 'de mensen niet wijzer te maken'). Men zal er ongetwijfeld wat op gaan vinden. En besef: op internet bestaan er geen geheimen. Uw bitcoin-code kunt u ook printen op een stukje papier. Of dat werkt of niet: niet aangeven blijft strafbaar!

Bron: Tips & Advies - Belastingen

 


Bekijk hier ons nieuwsarchief